2010 (geloof ik):
We hebben in de gemeenteraad een fractie die zichzelf zo lokaal vindt, dat de leden weglopen uit de raadsvergadering als Haags beleid wordt besproken, zoals onlangs het bestuursakkoord. Voor alle duidelijkheid: dat beleid mag dan wel uit de Tweede Kamer komen, het raakt ons en we hebben er ook wat over te zeggen. Niet mee willen praten over de gevolgen van kabinetsbeleid voor bijvoorbeeld onze sociale werkvoorziening, is niets anders dan struisvogelpolitiek.
Het is juist van belang het grote geheel te zien. Want alles heeft met alles te maken en wat in Griekenland gebeurt beïnvloedt ons, maar sterker nog: wát Griekenland beïnvloedt, beïnvloedt Hengelo ook. Wanneer we de grote verbanden zien, zal ook duidelijker worden wat we er aan kunnen veranderen.
Laat ik eens beginnen met te stellen wat er volgens mij zou moeten veranderen: het is tijd om eens kritisch na te denken over de toepasbaarheid van marktwerking, te beginnen in your own home. Het is tijd voor minder markt, en meer regels. Waarom? Hierom.
Maar hoe komt het dat ons kippenvlees zo gevaarlijk is? Het antwoord op die vraag is het verband wat we zochten: deregulering.
Want wat hebben Griekenland en Hengelo met elkaar te maken en wat heeft dat weer te maken met bijvoorbeeld de uitbraak van de EHEC-bacterie of het feit dat inmiddels al het kippenvlees (ja, ook het biologische) antibiotica bevat en een deel zelfs bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica? Laten we dat verduidelijken aan de hand van dat laatste voorbeeld: dat was na een dag al geen nieuws meer, maar is eigenlijk vele malen gevaarlijker dan EHEC. Want bijna iedereen eet wel eens kip en wordt zo langzamerhand zelf resistent tegen antibiotica. En dat betekent dat als je ziek wordt door een infectie, je daartegen geen antibiotica meer kan gebruiken, aangezien die niet meer zullen werken. Dat kan betekenen dat je erg ziek wordt of zelfs overlijdt door een tot voor kort eenvoudig te behandelen simpele infectie. Maar hoe komt het dat ons kippenvlees zo gevaarlijk is? Het antwoord op die vraag is het verband wat we zochten: deregulering.

Want kip bevat antibiotica, omdat de pluimveesector het zonder enig toezicht toedient. Ter vergelijking: mensen krijgen pas antibiotica als het echt niet anders meer kan, juist omdat we zuinig moeten zijn met antibiotica om resistentie te voorkomen. Hoe anders is dat in de pluimveesector: als er bij één kip van de tienduizenden die op elkaar gepakt worden ‘geproduceerd’ aanwijzingen zijn voor een infectie, dan krijgen al die tienduizenden kippen antibiotica toegediend. En hoe groot de kans is dat één kip een infectie zal hebben, kunt u zelf wel inschatten. De pluimveehouders weten dat dat eigenlijk niet goed is, de dierenartsen die de antibiotica voorschrijven weten dat, de artsen die u en mij behandelen weten dat en zelfs de volop profiterende farmaceutische industrie beseft dat op deze manier na verloop van tijd alle antibiotica hun werkzaamheid zullen verliezen. En laten we deze niet vergeten: ook de overheid weet dat dit de verkeerde kant opgaat en dat de problematiek escaleert, aangezien we nu al op groenten bacteriën aantreffen die resistent zijn (zoals de EHEC, daar hebben we hem). Maar waarom doet dan niemand iets?
Maar waarom doet dan niemand iets? Omdat we onszelf al enkele decennia door de marktfetisjisten hebben laten wijsmaken dat de markt het zelf wel kan reguleren.
Omdat we onszelf al enkele decennia door de marktfetisjisten hebben laten wijsmaken dat de markt het zelf wel kan reguleren. Vanwege de neoliberale mantra die in onze eigen partij ook een tijdje opgeld heeft gedaan: marktwerking, marktwerking, marktwerking. Ook nu weer heeft de minister, ditmaal Schippers van de VVD, gezegd dat ze erop vertrouwt dat de sector het probleem zelf oplost. Het feit dat dit al twintig jaar niet is gebeurd, vindt zij kennelijk niet relevant.
Maar de markt gaat dat helemaal niet zelf regelen, want de markt is geen langetermijnmechanisme. Marktwerking heeft alleen een kortetermijn tuchtiging: de consument koopt in principe het beste product voor de beste prijs. In principe, want de situatie is zelden zo overzichtelijk als in het klassieke voorbeeld: als twee bakkers in één buurt brood verkopen, dan zal de consument normaal gesproken kiezen voor het lekkerste brood, tenzij dat iets minder lekkere brood veel goedkoper is. Maar welke bakker beter weet te propageren dat zijn brood lekker is (onafhankelijk van of het dat ook werkelijk is), welk graan er gebruikt wordt, of de bakker zijn knecht wel genoeg betaalt, of er pesticiden worden gebruikt bij de productie van het graan, of zelfs het feit dat de ene bakker stoffen toevoegt die op de lange termijn schadelijk zijn, komen niet in dit voorbeeld voor, terwijl het model wel op dit soort simpele situaties is bemeten. Concreet houdt dat in dat we een bijzonder complexe wereld denken te kunnen (be)sturen door het aandeelhouderskapitalisme dat maar één drijfveer kent: winstmaximalisatie. En wel direct nu.
Concreet houdt dat in dat we een bijzonder complexe wereld denken te kunnen (be)sturen door het aandeelhouderskapitalisme dat maar één drijfveer kent: winstmaximalisatie.
Een jaar of vijftien geleden zat ik bij een diner van een afstuderende vriend aan tafel met een professor in de economie. Met jeugdige balorigheid joeg ik deze prof op de kast door te stellen dat de economie de studie van de hebzucht was en dat je het vakgebied met geen mogelijkheid een wetenschap kon noemen. Hij vroeg mij gepikeerd waar ik het over had. Ik gaf hem het volgende voorbeeld: stel je een groot bedrijf voor, laten we zeggen tienduizend werknemers, gevestigd in een bepaalde regio, en laten we zeggen een regio met weinig werkgelegenheid. Stel dat dit bedrijf de winst kan verhogen door duizend werknemers te ontslaan. Wat leert de economie dan? En al vond hij het maar een oppervlakkige casus, hij gaf toe dat je die dan zou moeten ontslaan. Ik vroeg hem of ze hun studenten dan ook leerden rekening te houden met het feit dat die duizend werknemers die ontslagen worden een kleine kans zouden hebben een andere baan te vinden. Je had best sociale plannen, zo antwoordde hij, maar in principe kon je daar geen rekening mee houden. En leerde men op de economische faculteit dan ook dat de regio verder zou verarmen, dat de koopkracht zou afnemen en ten gevolge daarvan de winst van het bedrijf wellicht weer zou dalen, wilde ik weten. Hij werd allengs bozer en vond dat ik het weer veel te simpel voorstelde, want ik haalde macro- en micro-economie door elkaar. En daar zit hem nou de fout: een bedrijfseconoom die zich beperkt tot de effecten voor zijn bedrijf kan nooit een juiste beslissing nemen. Dat zagen we in de jaren ’90 in Duitsland gebeuren: tot die tijd verdiende de arbeider bij een autofabrikant voldoende om zelf ook een Volkswagen of Opel te kopen. De bedrijven bedachten echter dat ze de kosten konden verlagen door de productie te verplaatsen naar ‘lage-lonen-landen’. Effect: de inmiddels werkloze arbeider kon zich geen Opel of Volkswagen meer veroorloven, en evenmin kon de Slowaak die zijn werk nu deed dat met zijn lage loon, en de markt stortte in. De professor liep rood aan en verliet het diner voor het dessert. Met mijn afstuderende vriend heb ik het later weer goedgemaakt.
Wie het ook goedmaken, zijn de grote banken. Helaas niet met ons, maar met zichzelf.
Wie het ook goedmaken, zijn de grote banken. Helaas niet met ons, maar met zichzelf. Terwijl wij in Hengelo elk dubbeltje tweemaal om moeten draaien, en dat is nog een luxe tegenover de tientallen miljoenen mensen die werkeloos zijn geworden in met name de ‘lage-lonen-landen’ ten gevolge van de kredietcrisis, worden er alweer bonussen uitgedeeld alsof we niet een jaar of drie geleden aan de rand van de afgrond van het monetaire systeem stonden. Terwijl populistische politici Grieken, ook gewoon mensen zoals u en ik, beschrijven als lui, corrupt en wat dies meer zij, lachen de speculanten zich een ongeluk. Want wist u dat voor de kredietcrisis de banken die hun best hadden gedaan om zoveel mogelijk slechte hypotheken (d.w.z. hypothecaire leningen waarvan ze wisten dat ze niet afgelost zouden worden) te verkopen, tegelijkertijd verzekeringen afsloten tegen de kans dat die hypotheken niet zouden worden terugbetaald? Met een metafoor: stel je een aannemer voor die je een brak huis verkoopt en zichzelf verzekert tegen de kans dat het huis instort. En dat huis stortte in: de Lehman Brothers gingen failliet en namen de verzekeraar AIG mee. Nou en?, zullen sommigen denken: daarvan worden toch alleen die bank, die verzekeraar en die mensen die zo dom waren om zo’n slechte hypotheek af te sluiten de dupe? Was het maar zo simpel: intussen hadden de zogenaamde credit rating bureau’s (zoals Standard & Poor’s) de slechte hypotheken tot bijzonder betrouwbare investering verklaard en hadden bijvoorbeeld pensioenfondsen er volop in geïnvesteerd. En door het omvallen van Lehman Brothers en AIG (die overigens allebei net zo gemakkelijk gered hadden kunnen worden) kwamen andere nog grotere banken en verzekeraars in de problemen. Onze eigen ING, ABN Amro en SNS banken kwamen alle gevaarlijk dichtbij een faillissement en moesten wel gered worden omdat anders de overheid zelf in de problemen zou komen. Stelt u zich eens voor dat uw loon niet uitbetaald zou kunnen worden of uw spaargeld was verdwenen, en wat de gevolgen waren geweest als dat op grote schaal was gebeurd. Het is nu duidelijk dat die banken die ‘too big to fail’ waren (de zogenaamde systeembanken) doelbewust erop aangestuurd hebben dat de zaak op de klippen liep, zodat u en ik de rekening uiteindelijk moesten betalen. Intussen verdwenen de ‘topmannen’ die dit alles hadden veroorzaakt geruisloos van het podium (met een enkele uitzondering) zonder dat ze daarvoor een prijs hoefden te betalen.
Dit wetende wordt de crisis rondom Griekenland duidelijker. Met name Franse en Duitse banken hebben grote belangen in Griekenland en daarom zullen Merkel en Sarkozy niet toe kunnen staan dat dat land failliet gaat. Tenzij ze die leningen goed verzekerd hebben, natuurlijk…